Een T-lymfocyt regeert op een antigeen dat gepresenteerd wordt door een APC ofwel antigen presenting cell.
Vervolgens gaat de T lymfocyt zich vermenigvuldigen en andere cellen van het afweersysteem activeren.
Er zijn verschillende typen T lymfocyten die op activatie verschillend reageren.
Drie belangrijke typen zijn de T helpercel, de cytotoxische T lymfocyt en de remmende ofwel regulerende T lymfocyt.
Er zijn T lymfocyten die lang kunnen leven als geheugen T lymfocyten.

Weinig bekend is er nog over de gamma delta T lymfocyt.
Deze T cellen reageren niet op MHC en bevatten zowel CD4 als CD8 receptoren.
Ze bevinden zich vooral in de weefsels die dicht bij de buitenwereld liggen en spelen een belangrijke rol tegen virale infecties.

https://www.immunology.org/public-information/bitesized-immunology/cells/gamma-delta-γδ-t-cells
T-helpercellen of cytotoxische T lymfocyten
T lymfocyten worden gevormd in het beenmerg. Ze hebben dan nog alle mogelijkheden tot differentiatie.
In de thymus ofwel zwezerik raken ze gedifferentieerd.
Daar worden ze ook geselecteerd. De T cellen die een sterke binding hebben met lichaamseigen MHC ontwikkelen zich niet verder maar gaan dood.
De cellen die de selectie overleven
T-helpercellen worden dan gekenmerkt door een molecuul met de aanduiding CD4.
Cytoxische T cellen hebben in plaats van CD4 receptor een CD8 receptor

Ontstaan T-lymfocyten
Selectie T lymfocyten
De T lymfocyten worden geselecteerd door de MHC van de thymus cellen. Die selectie moet ervoor zorgen dat de T lymfocyten niet zodanig gaan reageren, dat er een reactie komt die het lichaam kan schaden.

In de thymus worden startende T-lymfocyten in twee stappen geselecteerd.
De selectieprocessen zijn nodig om te voorkomen dat de T - lymfocyt de eigen lichaamscellen gaat aanvallen (auto-immuun reactie).
Stap 1
De T lymfocyten die passen op lichaamseigen MHC moleculen mogen blijven leven, de andere T lymfocyten krijgen geen overleving signaal en zullen apoptose plegen ofwel zichzelf ontleden. Door deze stap worden cytotoxische T cellen geselecteerd die zich kunnen verbinden met lichaamseigen MHC, Dat is belangrijk, want daardoor kunnen ze geactiveerd worden als ze een MHC tegenkomen met een antigen (op een dendritische cel) APC).
Stap 2
De T cellen die sterk reageren op eigen MHC plus eigen eiwit, krijgen ook een signaal om apoptose (geprogrammeerde celdood) te plegen. Op die manier wordt het eigen MHC niet per ongeluk aangevallen.
Stap 1 wordt uitgevoerd door andere cellen dan stap 2. Bij stap 1 zijn de schors cellen van het beenmerg betrokken . Bij stap 2 zijn beenmergcellen betrokken.
CD4 en CD8 T lymfocyten
Vanuit de thymus komen twee hoofdtypen T-lymfocyt: De CD8 en de CD 4 T lymfocyt.
De CD8 cel kan cytotoxisch worden en cellen gaan doden.
De CD4 cel kan een helper cel worden. Er zijn veel verschillende T helper cellen met veel verschillende cytokinen.
MHC
Een T cel receptor ofwel Tcr reageert op een MHC/antigen complex op een Antigen Presenterende Cel.
Er zijn grofweg twee typen MHC/antigen complexen, I en II.
MHCI activeert de cytotoxische T cellen (CD8)
MHCII activeert de T helpercellen (CD4)
MHC 1 komt op elke cel voor, dus op lichaamscellen en leukocyten.
MHC 2 komt alleen voor op leukocyten die antigenen kunnen presenteren, dat zijn macrofagen, dendritische cellen en B-lymfocyten.

Een T lymfocyt (CD8) die een MHCI herkent. wordt een cytotoxische T cel
Een T lymfocyt (CD4) die een MHCII molecuul herkent, wordt een T helper cel ofwel Th cel.
Passend?
Dendritische cellen presenteren MHC 1 en MHC 2 als zij een virus hebben opgenomen en afgebroken.
Ze presenteren alleen MHC 2 als ze een bacterie hebben opgenomen en afgebroken.
De receptoren van een willekeurige T-lymfocyt passen zelden op het MHC-antigen van de APC.
Dat komt doordat elke T-lymfocyt een zeer specifieke en unieke receptor heeft voor een bepaalde MHC-antigen combinatie op een APC.
Er zijn echter altijd wel tientallen T-lymfocyten die wel passen op de APC, en die gaan zich vermenigvuldigen en dus een kloon van zichzelf vormen. Alle nakomelingen hebben dezelfde T Cel Receptor.
Er ontstaan klonen van CD8- T lymfocyten of CD4 - lymfocyten of klonen van beiden, als zij beiden hun passende APC tegenkomen.

Als dus beide MHC worden getoond, ontstaan er zowel T helper cellen als cytotoxische T cellen.