Biologie in beweging

Virus en cel

Het influenzavirus

Een virus is een heel klein pakketje, georganiseerde organische stof. Voorbeelden van organische stoffen zijn eiwitten, koolhydraten en vetten, maar ook DNA en RNA. Een virus bestaat vooral uit eiwitten, DNA of RNA en vet ofwel lipiden. Biologen zijn het er niet helemaal over eens of een virus leeft. Het heeft namelijk geen mogelijkheden om voort te planten zonder gastheercellen en het heeft geen ATP zodat het niet zelf processen in gang kan zetten die energie vereisen.


griep4virusafb


Een griepvirus is een bolletje waarvan de grens bestaat uit een vetzuurmembraan (lipid envelope) met daarin eiwitten.
Hemagglutinine (H) en Neuraminidase (N) ofwel sialidase zijn belangrijke eiwitten in het vetzuurmembraan van het virus.
Met hemagglutinine eiwit kan het virus een menselijke cel binnendringen (zie verder).
Met neuramidase kunnen de nakomelingen van het virus vanuit de cel weer naar buiten komen. Virussen zijn genoemd naar de typen hemagglutinine(H) en Neuraminidase(N), bijvoorbeeld H1N1 virus.
De capsid bestaat uit eiwitten onder het lipidenmembraan.
Nucleoproteïne is RNA, verbonden met eiwitten. Het griepvirus heeft 8 enkelstrengs RNA-moleculen.



Er passen veel griepvirussen in een lichaamscel


griep 5 afmetinggriep 6 afmeting


Een griepvirus=rode stipje links. (Ongeveer 0,08 micrometer) is veel kleiner dan een bacterie (blauwe ovaal) en nog veel kleiner dan een epitheelcel-rechts zijn er vier te zien. (ongeveer13 micrometer per stuk),Het derde stipje is een poliovirus (nauwelijks te zien). Ter vergelijking: een ribosoom dat een rol speelt bij de eiwitproductie is 0,03 micrometer.


Hoeveel virussen passen er in een cel
Als je de grootte van een virus vergelijkt met die van een menselijke epitheelcel van het wangslijmvlies, dan zie je ongeveer hoeveel virussen er passen in een dergelijke cel.
Deel 13 door 0,08, dat is 1625. Doe net even alsof de epitheelcel een blokje is dan passen er ruim 4 miljard virussen in een epitheelcel. Zoveel kunnen er niet in ontstaan, want een cel heeft niet voldoende grondstoffen om zoveel virussen te laten ontstaan. Literatuur noemt aantallen van 1000-10000 virussen die per cel (virus burst) kunnen ontstaan.
Ga uit van 5000 virussen, die kunnen dan weer duizenden cellen infecteren en die weer duizenden……als ze niet tegengehouden worden!