Een bloedsomloop haalt zuurstof en voeding op en brengt dit naar alle cellen van het organisme. Ook brengt de bloedsomloop afvalstoffen van alle cellen in het lichaam naar de uitscheidingsorganen.
Het bloed wordt voornamelijk in beweging gehouden door het hart.

Uit wikipedia
Bloedvatenstelsel van een mens
Typen bloedvaten
De bloedvaten die het bloed uit het hart opvangen, zijn de aorta ofwel lichaamsslagader en de longslagader.
De aorta en longslagader vertakken zich in steeds kleiner slagaders. De kleinste heten arteriolen.
De kleinste slagaders vertakken zich in haarvaten. Deze zijn een beetje poreus zodat er stoffen uit kunnen die de cellen nodig hebben.
De haarvaten gaan over in kleine adertjes, de venulen.
Deze venulen komen samen in steeds grotere aders.
Grote aders die het bloed weer het hart inbrengen zijn de bovenste en onderste holle ader en de longaders. grote aders

Bloedvaten bevoorraden cellen via weefselvocht
Cel en weefselvocht
Van bloed naar weefselDe wand van bloedvaten bestaat uit endotheel, bindweefsel en spiercellen.
De buizen met de grootste diameter zijn de bovenste en onderste holle ader.
De buizen met de kleinste diameter zijn de haarvaten.
De buizen worden steeds smaller, met een steeds dunnere wand.
Ze hebben allemaal een endotheel laag. (zie hieronder).

De endotheel laag. Lumen is de plaats waar het bloed stroomt.
Daaromheen ligt de elastica interna, glad spierweefsel en een bindweefsellaag met fibroblastcellen.
Belang van de endotheel laag
De endotheel laag speelt een rol bij het doorlaten van afweercellen naar het weefsel.
Ook zorgen ze voor het transport van voedingsstoffen en zuurstof naar de weefsels.
Ze hebben een controlerende rol bij de bloedstolling.
haarvatenuitwisselingHaarvaten zijn niet allemaal hetzelfde
De wand van haarvaten moeten weefselvloeistof doorlaten, want daarin bevinden zich de stoffen waar de cellen van moeten leven.
De wand van haarvaten bestaat uit een aaneenschakeling van endotheelcellen.
Elke endotheelcel vormt een klein buisje. Een heleboel endotheelcellen achter elkaar vormen een buis.
De wand plus grondplasma van de endotheelcellen is zo dun dat er eenvoudig stoffen doorheen kunnen.
Ook zitten er kleine tunneltjes (fenestrations) in de endotheelcellen die het mogelijk maken dat er vocht uit het bloed geperst kan worden naar de cellen toe.
Endotheel doorlaatbaarheid verschilt per orgaan sterk.
In de lever bijvoorbeeld, zijn de openingen groot, in de hersenen afwezig.

Endotheel op verschillende plekken in het lichaam
Brengen en halen
De haarvaten van de kleine bloedsomloop halen zuurstof op uit de longen en brengen er koolstofdioxide naartoe.
Het meeste voedsel wordt door de haarvaten van de grote bloedsomloop uit de dunne darm gehaald via soort sub bloedvatenstelsel, het poortaderstelsel.