De totale druk in het begin van de haarvaten is hoger (overdruk) dan de druk in de weefsels. Dit heet een positieve filtratiedruk.
Die druk bestaat uit de hydrostatische druk die vooral door de hartwerking wordt veroorzaakt.
Die hydrostatische druk wordt enigszins geremd doordat zich in het bloed meer eiwitten bevinden dan in het weefselvocht. Deze zuigen vocht aan. Dat wordt colloïde osmotische druk genoemd en die is dus tegengesteld aan de hydrostatische druk.
De combinatie van overdruk en poreus zijn zorgt ervoor dat er vocht uit de bloedvaten geperst wordt. In dat vocht bevinden zich de voedingsstoffen en zuurstof, die de cellen nodig hebben. Er vloeit dus vocht van het bloed naar de cellen ofwel het weefsel rond de haarvaten.
De druk wordt in het verloop van de haarvaten wordt steeds lager. Er komt een moment dat de druk in de haarvaten lager is dan de druk in de weefselvloeistof. Dat komt mede doordat zich in het bloed meer eiwitmoleculen bevinden. Die zorgen voor een hogere osmotische waarde in het bloed dan in de weefsels.
Het gevolg van de lage bloeddruk en de eiwitten is dat het vocht vanuit het weefsel weer terugstroomt naar het bloed in de afvoerende haarvaten.

In een slagadertje ofwel arteriole is de filtratiedruk positief, weefselvocht gaat het bloed uit. Bij de aderkant (venule) is de filtratiedruk echter negatief. Vocht gaat weer terug het bloed in. Merk op dat niet al het weefselvocht terug gaat naar de ader.
Lymfe
Niet alle vloeistof keert weer terug in de kleine aansluitende adertjes. Een gedeelte wordt afgevoerd via kleine lymfevaten.

Weefselvloeistof uit slagadertjes (arteriole) geperst. Weefselvloeistof gaat terug in adertjes (venule). De cellen hebben intussen stoffen opgenomen en afgestaan, bijvoorbeeld
Zuurstof en Koolstofdioxide, Afvalstoffen (organisch en anorganisch) Organische stoffen(voedingsstoffen)
interstitial space=ruimte tussen de cellen
excess fluid= overtollig weefselvocht
Borstbuis
De kleine lymfevaten verenigen zich tot grotere lymfevaten waarvan de borstbuis (ofwel thoracic duct in het Engels) de grootste is.
De borstbuis mondt uit in de linker -en rechter sleutelbeenader en voegt dan weer het verloren vocht toe aan het bloed. Intussen is de lymfe door de lymfeknopen gestroomd. In de lymfeknopen bevinden zich de afweercellen, die de afweer tegen virussen en bacteriën regelen, de lymfocyten.
right /left lymphatic duct= rechter/linkerlymfevat
subclavian vein=ondersleutelbeenader
thoracic duct=borstbuis met lymfe
Bloedsomloop