Dieper in de structuur
De onderdelen van een DNA molecuulBasenparen zijn het belangrijkste onderdeel van een DNA dubbele spiraal ofwel helix.
De basen in een enkelstrengs DNA zijn verbonden met andere basen door twee andere moleculen; een suiker die desoxiribose heet en een fosfaatgroep.
Basen in het DNA
Er zijn vier verschillende basen in DNA: A, G, C en T.
A en G heten ook wel purine, C en T heten ook wel pyrimidines.
A, van adenine
G, van guanine
T, van thymine
C, van cytosine
Nucleotiden
Een base, samen met de suiker en de fosfaatgroep, heet een nucleotide.
DNA drie onderdelen
Een nucleotide met de base A, adenosine, d van desoxiribose, mono fosfaat
Veel nucleotiden
Een DNA molecuul bestaat uit veel nucleotiden.




Van links naar rechts
Thymidine Mono Fosfaat
Adenosine Mono Fosfaat
Guanosine Mono Fosfaat
Cytidine mono fosfaat
Nucleoside
Een nucleotide zonder fosfaatgroep is een nucleoside.
Nucleotide nucleoside base
Wikipedia
De nucleotide mono fosfaten bestaan uit een fosfaatgroep, een suikergroep en een stikstofbase.
Er zijn ook nucleotide difosfaten en nucleotide trifosfaten.
Een base met een suiker samen heet een nucleoside.
Basenparen
De twee strengen van een dubbele helix zijn verbonden door de basenparen.
Tussen de basen A en T en tussen de basen C en G bevinden zich de verbindingen, de waterstof bruggen. AT en CG zijn de basenparen.
Menselijk DNA bevat ongeveer 3 miljard basenparen.
DNA Waterstofbruggen AT en CGEsterbinding
Nucleotiden zijn in het DNA met elkaar verbonden door middel van een ester binding.

De vorming van een ester binding tussen twee nucleotiden. Daarbij komt water vrij en wordt een dinucleotide gevormd.