Het leven op aarde is voornamelijk afhankelijk van lichtenergie.
Lichtenergie is ontstaan in de zon bij kernfusie. De energie van een lichtpakket ofwel foton heeft invloed op de positie van elektronen.
De positie van de elektronen kun je de potentiële elektronen energie van een elektron noemen.
Hoe verder een elektron zich van de kern bevindt, des te hoger zijn potentiële energie.
Je kunt zeggen dat hij dan verder in de richting van de kern kan 'vallen'.
Als een elektron naar een lager energieniveau beweegt, verliest hij potentiële energie. De vrijgekomen energie kan bij een ander atoom juist een elektron naar een hoger energieniveau bewegen.
Op dit verschijnsel berusten chemische reacties.

Licht heeft invloed op de positie van elektronen, als een elektron naar een lager energieniveau zakt, komt er straling vrij.
Bij planten is de omzetting van lichtenergie in chemische energie onmisbaar voor de fotosynthese.
Warmte-energie
Hoe sneller de moleculen in de thermometer gemiddeld bewegen, des te hoger wordt het volume in de thermometer. Dat lees je af.


Hoe hoger de snelheid van de moleculen in de omgeving, des te hoger de snelheid in de thermometer, des te groter het volume, des te hoger de temperatuur die je afleest.
Snelheid van moleculen heeft onder anderen invloed op de snelheid van chemische reacties.
Kinetische energie
De vertaling van ‘kinetische energie’ is bewegingsenergie. Spierbeweging is een vorm van kinetische energie. Dat ervaart de bokser die een knock-out krijgt.

Knockout door bewegingsenergie; waarin wordt de bewegingsenergie omgezet?